Bezoek Wilko Verbakel aan nieuwe ISAR-projecten in december 2025

Na anderhalf jaar was ik terug in Kathmandu. De grootste verandering trof ik aan in het verkeer: er waren ineens veel elektrische taxi’s, van het Indiase merk Tata! Verder mogen vrachtauto’s met bouwmaterialen niet meer voor 21.00 uur de stad in. Het gevolg is minder roetuitstoot en ’s avonds om 21.00 uur een kilometerslange stoet vrachtwagens die de stad binnenkomt.

Daarnaast zijn de gevolgen van de Gen-Z protesten tegen de overheid van afgelopen september nog goed zichtbaar op een aantal plaatsen in Kathmandu. Op verschillende plekken zijn overheidsgebouwen uitgebrand waaronder het bekende Singha Durbar, maar ook een behoorlijk groot woningcomplex van ministers en het Hiltonhotel, waarvan een zoon van de voormalige premier mede-eigenaar zou zijn. Het is nog steeds onduidelijk of het nu de Gen-Z jongeren waren die al deze branden hebben gesticht, of dat er een betrokkenheid was van de Indiase overheid, of dat de koningshuisgezinde politieke partij hierin een aandeel had.

In de auto naar Sindhupalchowk voor het bezoek aan het ISARD-project had ik een uitgebreid gesprek met Bivas over ontwikkelingswerk en de rol van de overheid in de vorm van de Social Welfare Council (SWC). Dit is een organisatie die een project eerst moet goedkeuren voordat daarvoor geld kan worden overgemaakt. Zo lang dat niet het geval is mag een bank geen buitenlandse overboekingen accepteren in verband met risico van witwassen. De SWC bestaat al heel lang, maar was vroeger amper actief. Sinds een paar jaar is de huidige regeling van kracht. Dit zorgt ervoor dat je als organisatie in Nepal wel met de overheid moet samenwerken. Elk jaar moet een bedrag van tussen € 600 en € 1600 aan SWC worden betaald. Daarvoor bezoekt SWC het project voor een evaluatie. De lokale NGO ontvangt deze evaluatie, maar de donor, zoals ICFON, ontvangt deze helaas niet. De controle door SWC kan ervoor zorgen dat grootschalige corruptie binnen een project wordt voorkomen dan wel beperkt. Als er een kleine mate van corruptie of een slechte uitvoering wordt gedetecteerd binnen het project, zal de SWC dit vooral onderling met de Nepalese stichting bespreken in de hoop dat het de volgende keer beter gaat. ICFON zou dus aan ISARD, GFN en de New Tulips’ School kunnen vragen om het rapport van SWC, maar dat is helaas in het Nepalees. We zullen moeten kijken of het mogelijk is om bijvoorbeeld een samenvatting in het Engels te krijgen.

ISARD is ongeveer een jaar na de aardbeving van 2015 een nieuw project begonnen in Mankha, als eerste in het bovenste en armste dorp, Bwase. Na 5 jaar was het project daar afgerond en is ISARD verder gegaan met landbouwtrainingen in de lagere dorpen van Mankha en er waren projecten in Ghumtang. Eind 2025 zijn deze projecten allemaal afgerond. Bij mijn vorige bezoek aan ISARD in 2024 heb ik Bivas al gevraagd om te gaan kijken naar een toekomstig projectgebied. Voorwaarde voor zo’n gebied is dat de bevolking arm is en er niet veel mensen wonen die behoren tot een hoge kaste. Verder moet het gebied redelijk te bereiken vanuit het office in Sunkoshi en moeten dorpelingen land hebben dat geschikt is voor landbouw. Daarnaast moet een begaanbare weg niet te ver uit de buurt zijn om afzetmogelijkheden te hebben. Het afgelopen jaar heeft ISARD gesproken met onder andere  lokale overheden en een aantal potentiële dorpen bezocht. Uiteindelijk viel de keuze op het gebied Thorkarpa. Ik heb een dag Thokarpa bezocht, dat bestaat uit ongeveer 350 huishoudens waarvan de meeste behoren tot de etnische groep Pahari  en ongeveer 20 tot 30 onderdeel zijn van Brahmaanse families. Pahari betreft een vrij onderontwikkelde en arme etnische groep. Het gebied is gemakkelijk met de auto te bereiken, wat opmerkelijk is voor een gebied met arme mensen. Dit komt omdat de lokale overheid bovenaan in het dorp zijn hoofdkwartier heeft. Daarom heeft het dorp ook een kleine kliniek, een goede school en een goed geasfalteerde weg! Deze lokale overheid houdt zich echter niet bezig met de welvaart en het welzijn van de dorpelingen. De aandacht gaat vooral uit naar het aanleggen van wegen en de organisatie van de overheid. Zo komt het dat niet ver van de weg mensen maar vier maanden te eten hebben van hun eigen landbouwproductie, bijna niemand eindexamen van middelbare school heeft gedaan (klas 10), en de meeste mannen als drager of in de bouw werken in steden in de buurt. Van de 350 families hebben maar enkele (ongeveer 10) een familielid dat in het buitenland werkt. De meeste mensen hebben zelf maar een klein stukje land (ongeveer 1 tot 1.5 ropani, dat is 500-750 m²). Daarnaast kunnen ze land huren van de school of van een rijke landeigenaar. Daarvoor moeten ze dan een kwart van de productie afstaan. Dit land wordt vooral gebruikt om rijst en millet (gierst) te telen. Thuli Maya Pahari vertelt dat ze in het dorp nooit bloemkool, tomaten, broccoli of iets dergelijks hebben geteeld.

Er zijn wel ooit andere organisaties geweest die hulp hebben geboden. Een paar jaar geleden kwam een organisatie kippen verdelen. Thuli Maya kreeg 20 kippen, maar de meeste zijn door ziekte doodgegaan. Een andere organisatie wilde helpen met landbouw en deelde planten uit en jonge boompjes. Ook dat was geen succes: de meeste hebben het niet gehaald. Geen van deze organisaties had een plan en/of hielp voor langere tijd en er zijn nooit trainingen gegeven. Hieruit blijkt een groot verschil met de aanpak van ISARD: een meerjarenplan waarbij trainingen essentieel zijn. Als je kippen krijgt, maar niet leert hoe je ze moet verzorgen en hoe je ziektes moet behandelen, dan overleven de kippen het niet.

Bij een andere familie was het een vergelijkbaar verhaal. Minu Maya Pahari heeft drie dochters en twee zonen. Haar dochters hebben in de afgelopen jaren wel SLC (eindexamen) gedaan, maar ze zijn allemaal getrouwd en wonen met hun man elders. De twee zonen hebben maar tot klas 5 en 6 op school gezeten en werken als “labour”, vaak sjouwer, in de bouw. Hun vrouwen wonen bij Minu Maya. Ze hebben minder dan 500 m² land rond het huis Ze hebben nooit iets geleerd over landbouw en veeteelt en doen wat anderen doen. Telen van groenten gaat niet verder dan wat mosterdspinazie en klein beetje aardappelen. Ze zouden echt graag hulp krijgen met trainingen.

Toegang tot water is deels een probleem in het dorp. Er is een aantal bronnen die een groot deel van het jaar water leveren, maar in de droge periode wordt dit minder en dan moeten de dorpelingen gedurende soms wel twee maanden een uur lopen om aan water te komen. Er zijn een paar waterpunten die het hele jaar door voldoende water hebben omdat water “gelift” wordt uit de rivier, zeker 100 m lager. De pomp wordt elke ochtend en avond voor korte tijd aangezet. Als de dorpelingen op grotere schaal landbouw gaan doen is meer water nodig. ISARD zal dan met de overheid moeten bespreken om de pompen wat langer per dag aan te zetten. Vervolgens moet er een distributiesysteem worden gemaakt naar de andere waterpunten, zodat voor elk punt het hele jaar door voldoende water beschikbaar is, zowel voor het thuisgebruik als voor de irrigatie.

Een mooi nieuw project met een ambitieus projectplan dat inmiddels ook bij Wilde Ganzen is aangemeld.

Zoeken

Meld u aan voor de Samachar nieuwsbrief

U ontvangt de nieuwsbrief maximaal 4 keer per jaar en kan deze altijd opzeggen wanneer u wilt.

Na uw inschrijving via dit formulier ontvangt u een email met daarin een bevestigingslink waar u op moet klikken. Pas hierna wordt uw inschrijving doorgevoerd. Veel plezier met het lezen van onze nieuwsbrief.